Er komt allerlei eten en drinken bij je binnen. Allemaal brengt het je iets. Je verteert het en wat er niet meer nodig is, kan je weer loslaten. Poepen is niets anders dan loslaten: niet iets doen, maar iets laten gebeuren. Als je moeilijk of weinig poept, kan je moeilijk loslaten. Als je leert ontspannen, leer je om letterlijk los te laten. Poepen heeft ook een figuurlijke, emotionele betekenis. Dan betekent het dat je je niet vastklampt aan iets of iemand. Kinderen bijvoorbeeld van bijna 4 jaar die net naar school gaan, kunnen moeite hebben met het afscheid nemen van hun ouders, waardoor ze moeilijk poepen. Door het kind te helpen op een zachte en veilige manier afscheid te nemen, kan het poepen makkelijker gaan. Je kan angst voor het nieuwe of onbekende dus loslaten en leren vertrouwen.

Veel, vaak of dun poepen, doe je als je ineens of te veel loslaat, of als je angst hebt en bang bent. Als je loslaat wat je niet meer nodig hebt, door veel, vaak of dun te poepen, kan dat betekenen dat je in actie komt bij of over iets wat je eerder moeilijk vond. Bijvoorbeeld: kinderen krijgen diarree bij de CITO-toets, een examen, sportwedstrijd of schoolkamp. Ze zien op tegen iets wat ze eng en spannend vinden en waarvan het verloop nog onbekend is. Zodra je merkt dat het spannende en enge meevalt, de angst is verminderd, is de dunne poep over. Er is vrede met hoe het nu is. Je denkgeest heeft deze angstgedachten, de cellen van je darm zelf kennen geen stress, ze reageren op wat er in je denkgeest plaatsvindt.