Dr. Judith M. Deckers-Kocken werkte twintig jaar als arts en onderzoeker in verschillende ziekenhuizen in Nederland. Na twee decennia vond de kinderarts, die zich specialiseerde in maagdarmleveraandoeningen, het de hoogste tijd om Kinderbuik&co op te starten. “Een medisch centrum voor kinderen dat reguliere geneeskunde combineert met een integrale benadering. 

“En waar plaats is voor de helende werking van yoga, eten, doen waar je goed in bent, je hart volgen en vertrouwen op jezelf.”

Het laatste citaat is afkomstig uit haar boek Kinderbuik. Lekker in je vel door aandacht, ademen en eten. Het boek is een samenvatting van Deckers’ visie op ziekte en gezondheid. In haar boek, maar ook in haar werk, is zij altijd op zoek naar de verbinding. En ondanks haar belangstelling voor en gebruik van bijvoorbeeld yoga, slaagt zij erin weg te blijven uit de hoek van alternatief of vaag. ‘Daar heeft namelijk niemand wat aan. Het is inmiddels duidelijk dat er meer is dan alleen puur somatisch, óók binnen de gezondheidszorg. Alleen heeft het tijd nodig.’

Heb je die tijd?

‘Ik wel. En na twintig jaar is het tijd om te oogsten. Het medisch centrum Kinderbuik&co in Bilthoven is echt een plek geworden voor kinderen om weer in contact te komen met wat het is om lekker in je vel te zitten. Het centrum mag er zijn en ik zie het als onderdeel van hele gezondheidszorg, van de maatschappij. En ik hoop ook dat het een inspiratiebron is voor artsen, verpleegkundigen, diëtisten enzovoort. Dat het een aanzet geeft om op een andere manier te kijken.’

Geen gevecht

Deckers-Kocken schetst haar carrière als arts en wetenschapper, een loopbaan waarin ze altijd dicht bij zichzelf is gebleven. Ze kent als geen ander de voor- en nadelen van de huidige gezondheidszorg. ‘Ik heb alle tegenstellingen gezien, maar ik ben niet het gevecht aangegaan. Waarom? Omdat ik ervan overtuigd ben dat iedereen hetzelfde wil als ik, maar niet altijd goed weet hoe. De reguliere geneeskunde is daarom voor mij een ingang om een laag dieper te komen. Dat is ook waar het boek over gaat.’

Vervolgens vallen de woorden richtlijnen en protocollen aan Deckers’ keukentafel. Ze stelt dat deze “slechts” een handvat zijn voor een dokter. Ze zijn niet de waarheid. Sterker, onderzoek maakt duidelijk dat 60 procent van de medische behandelingen niet effectief bewezen zijn. ‘Ik heb respect voor de protocollen, maar je kunt ze niet copy-pasten op iedere persoon die ik als arts zie. Ik zeg wel eens: ik ben en leef vanuit mijn hart en neem mijn hoofd daarin mee. Ik ben dus blij met protocollen omdat het ons artsen leert wat wij nog niet weten.’

Ik geloof in een integrale aanpak

Ze is van mening dat er binnen de gezondheidszorg meer en meer transparantie komt. ‘Waarom ik al die jaren wetenschappelijk onderzoek heb gedaan? (Deckers-Kocken promoveerde in Leiden op het onderwerp leverceltransplantatie, fv.) Om ervan te leren. Er zijn ontzettend veel goede dokters waar ik van geleerd heb. Daarnaast geloof ik dat een integrale aanpak – een combinatie van reguliere medisch diagnostiek samen met een integrale begeleiding: voeding, ademhaling, yoga enzovoort – mensen kan helpen om in hun kracht te gaan staan. Ik geloof niet in het toepassen van de gezondheidszorg als een gevecht. Een ziekte of een klacht is geen reden om te gaan vechten. Nee, je gebruikt het in wezen als ingang: wat is er lichamelijk aan de hand? Wat voor onderzoek kan je doen? Welke behandelingen kan je geven? Noem het pleisters plakken, prima, maakt me niet uit, maar er zit altijd iets onder die klacht en kan je daar bijkomen?’

Niet alleen je verstand gebruiken, maar ook ruimte geven voor het gevoel

Als kinderarts is ze van mening dat de mensen die in de gezondheidszorg werken soms vast zitten in het huidige systeem. ‘Een systeem dat wij met elkaar hebben gemaakt en waarin wij gefocust zijn op het mentale, de rationele kant. Wat ik doe, en dat doe ik al jaren, is niet alleen dat verstand gebruiken maar ook ruimte geven voor het gevoel. In wezen door een gelijkwaardige situatie te creëren. Tussen degene die de klacht heeft en degene die daarin kan ondersteunen. Of dat nu een dokter is of een verpleegkundige, dat maakt niet zoveel uit. Daar hoeft geen verschil in te zijn.’

Je kan zelf een bijdrage leveren aan het lekker in je vel zitten door je af te vragen: wat heb ik nodig? Waar word ik blij van? Dat is de mening van Deckers-Kocken. Onder een (chronische) klacht zit volgens haar een vraag. Deckers wil dat de kinderen die zij ziet daarnaar gaan kijken. ‘Ze hoeven dat dan niet per se direct op te lossen. Laat het er maar zijn. En kijk of je het kan delen met je ouders, met je dokter, met je medescholieren.’

Buikschrift voor het verhaal van het kind

‘Ik geloof niet dat je kennis en kunde van buiten naar binnen kunt stoppen. Ja, je kan wel iets leren, maar dat is enkel en alleen rationeel. Maar in wezen is er al een antwoord in jou aanwezig, in eenieder.’ Deckers-Kocken ziet dat kinderen toenemend visueel zijn.  ‘Ze gaan iets zien en daardoor gaan ze het herkennen.’ Dat is ook de reden waarom het boek Kinderbuik een buikschrift heeft om het kind zijn verhaal te laten optekenen. ‘Ja, zo gaan ze ermee aan de slag. Iedereen heeft zijn eigen manier om zich te herinneren. Op die wijze wordt het een spel.’

“Kinderen zijn mijn grote bron van inspiratie”

Deckers-Kocken – zelf moeder van drie kinderen – werkt met kinderen omdat die haar grote bron van inspiratie zijn. ‘Ik heb altijd al geweten dat ik kinderarts ging worden. Blijkbaar tekende ik daar al over als kind. Eén van die tekeningen heeft mijn moeder bewaard en gaf zij mij tijdens mijn promotiediner.’ Maar kinderarts worden is één. Een medisch centrum oprichten is heel iets anders. Ze stelt nadrukkelijk dat ze daarmee de gezondheidszorg niet de rug toekeert. ‘Ik ben nog steeds één van hen en blijf dat ook. Alleen merk ik wel dat het systeem een probleem heeft. Wat dat is? Dat de kosten in de gezondheidszorg maar blijven toenemen. En dat mensen in de gezondheidszorg niet allemaal even gelukkig zijn. Er komen ontzettend veel burn-out en aanverwante klachten voor bij artsen, verpleegkundigen en andere professionals in de gezondheidszorg. De werkdruk is hoog, er moet van alles en meer in minder tijd.’

Werkelijke aandacht voor kinderen en hun ouders

Ze vertelt dat er in de huidige opzet weinig ruimte voor aandacht is. Werkelijke aandacht voor kinderen en hun ouders. En dat zorgt voor frustratie. ‘Wat ik in het verleden steeds gedaan heb is tijd en ruimte creëren door het schrijven van subsidie-/onderzoeksaanvragen waardoor er geld beschikbaar kwam om mensen aan te nemen in mijn team, bijvoorbeeld een extra verpleegkundige, en dus tijd. Daardoor kon aan de kinderen extra aandacht gegeven worden. Plus dat er ruimte was voor wetenschappelijk onderzoek. Om te begrijpen: waarom zijn de dingen zoals ze zijn? Er kwam ruimte voor een yogadocent die op die manier aandacht gaf aan ademhaling en oefeningen. Een diëtiste die in het team participeerde kon aandacht geven aan: waarom eet je wat je eet en wat doet het met je? Op die manier heb ik steeds prachtige, multidisciplinaire teams om mij heen gehad.’

Kinderbuik&co heeft ook een mulitidisciplinair team. Het mooie van zo’n team, waarvan de gelijkwaardigheid van de leden essentieel is, is dat de kinderen als vanzelf terug in hun kracht komen, net als de gezinnen. ‘Kinderen hoefden niet (meer) klinisch opgenomen te worden, maar konden poliklinisch gezien worden.’ De kinderen leren met Deckers’ aanpak hun chronische aandoening als onderdeel van hun leven op te nemen. ‘Gelukkig zijn is hun basis. En als het kind lekker in zijn vel zit, zie je dat de aandoening ook minder opvlamt. Daaruit is het aanbod ontstaan: kom maar terug als jij het nodig vindt. Dus een kind, een gezin, is in wezen mede-regisseur van de hele diagnostiek en behandeling. Mede-eigenaar. Het is geen slachtoffer meer en gaat niet meer naar een dokter omdat die jouw probleem oplost. Je doet het met elkaar waardoor het veel beter gaat en leuker wordt.’

Het centrum Kinderbuik&co er ook is gekomen omdat ouders en kinderen daarom vroegen

Bijna een op de vijf kinderen in Nederland heeft een chronische aandoening. ‘Ik ben daar bezorgd over. Met het medisch centrum ben ik van mening dat ik kan bijdragen aan een stuk bewustwording. De kinderen met een chronische aandoening laten ervaren wat het is om zich goed te voelen bij bepaalde eetpatronen. Weet je dat het centrum Kinderbuik&co er ook is gekomen omdat ouders en kinderen daarom vroegen? En door de westerse geneeskunde toe te passen met aandacht voor het kind en voeding als beste medicijn, komt er een heel nieuwe energie vrij. Daarmee komen kinderen vanzelf in hun blijdschap. Je buik is je blijdschap, je creativiteit, je plezier en ook je angst en je verdriet en je pijn. Dat gaat een kind ervaren. Als kinderen yoga-oefeningen gaan doen, merken ze door hun ademhaling dat ze in verbinding komen met de energie in hun buik. Uit ons onderzoek blijkt dat daardoor de kwaliteit van hun leven verbetert. Dat is toch fantastisch?’[/fusion_text]