Je krijgt van je ouders mee of je gemakkelijk gelukkig kan zijn of niet. Dat gaat via je DNA (erfelijk materiaal), en dat is bij iedereen anders. Uit onderzoek blijkt dat je DNA voor 50% je geluk bepaalt. De omstandigheden waarin je leeft bepalen voor 10% je geluk en 40% kan je zelf bepalen. Je geluk zelf bepalen doe je met je eigen keuze, je eigen inzet en je eigen dankbaarheid. Je kan een heel leven bezig zijn met proberen geluk en voldoening te halen uit spullen, materie en prestaties. Uiteindelijk gaat dit je niet lukken.

Geluk kan alleen in jezelf ontstaan doordat je kiest voor wat er is: dankbaarheid voor je eigen inzet op school, de glimlach van je moeder als je van school komt enzovoort. Als je inziet dat voortdurend bezig zijn met dingen willen veranderen je geen geluk geeft, zal het gevoel van geluk ontstaan. Je kan ook de tijd nemen om bijvoorbeeld in de ruimte om je heen te kijken en dankbaar te zijn voor alles waar mensen aan hebben bijgedragen, zoals de elektriciteit, verwarming, meubels en het eten.